Van Malatya naar Erzurum 20-03-2017

De rit van Malatya naar Erzurum ging via Bingöl en was 426 km lang. De
andere drie waarmee ik samen reed, wilden linea recta naar het volgende hotel rijden. Dus zonder omwegen voor bezichtigen van historische plekken, mooie natuur enz. Daar was ik niet blij mee maar om de lieve vrede te bewaren heb ik me er maar bij neer gelegd. Ruud, de BMW rijder met z’n vriendin Birgit achterop, wordt een erg onzekere rijder zodra er iets van sneeuw in het spel is. En er was deze dag volop sneeuw dus de gemiddelde snelheid zakte gestaag tot belachelijk lage waarden; voor een flauwe bocht in de bergen die je met het grootste gemak met 120 kon nemen lieten ze de snelheid zakken tot 45 km/h.

Toen ze tenslotte op rollator snelheid achter een walmende bus bleven hangen en er ook niet meer achter weg te slaan waren, had ik er genoeg van! Ik heb ze gewenkt, duidelijk gemaakt dat dit niet mijn idee was van fijn motorrijden en verteld dat ik liever de rest van de dag alleen reed.

Na ze een prettige dag gewenst te hebben, ben ik even 160 gaan rijden om wat afstand tussen hen en mij te creëren en ik heb ze de rest van de dag niet meer gezien. Toen kon ik gaan en staan waar ik wilde, stoppen voor foto’s als ik daar zin in had en mijn eigen tempo rijden; heerlijk!

Je kan zien dat ze het koud heeft he?

De laatste 150 km ging over een hoge bergpas van 2300 meter, het vroor er een paar graden dus de sneeuw bleef liggen en hier en daar wat aanvriezende weggedeelten met plakken sneeuw/ijs op de weg. Maar als je vloeiend reed, geen abrupte stuurbewegingen maakte, je remmen minimaal en voorzichtig gebruikte en met een fluwelen handje de gashendel bediende was het wel te doen. Boven op de pas was er ook nog een apart natuurverschijnsel; er lag een dichte laag mist van ongeveer een meter dik op de weg en daarboven was het kraak helder. De mist laag golfde een beetje op en neer; het was een beetje een luguber gezicht. Kon zo uit een Hitchcock film komen. Als motorrijder stak mijn helm ruim boven de mist uit dus ik kon aan de sneeuwwallen aan beide zijden van de weg goed zien waar de weg ophield dus daar bleef ik mooi in het midden tussen rijden. Ging prima. Alleen steeg af en toe de mist plotseling op en omhulde ook mijn helm; dan zag ik werkelijk geen hand voor ogen. Ik kon dan nog net de witte streep van de rand van de weg rechts naast mijn motor onderscheiden; die hield ik dan op zo’n meter
afstand en hoopte dat er geen idioot in de mist voor me gestopt was. Dat was gelukkig ook niet zo en bovendien duurden die “white-outs” maar enkele tientallen meters dus al met al kon ik best goede kilometers maken. Ondanks de fors te overbruggen afstand en het weer dat niet meewerkte kwam ik toch al even na drie uur ‘s middags bij het volgende hotel aan. Yes!

Ik was dan ook al lang gedoucht en omgekleed toen Ruud en Birgit samen met Nico na zessen bij het hotel arriveerden. Toen bleek dat beide onderweg gevallen waren! Ze waren opgeraapt door Turkse vrachtwagen chauffeurs die hen ook weer op weg geholpen hadden. Gelukkig hadden ze de valpartijen zonder verwondingen overleeft.

De BMW van Ruud had wat krassen op de kuip en een scheve valbeugel. Nu blijkt de valbeugel van een BMW met ophangrubbers vast te zitten; Ruud bleek bovendien een voorzienende blik te hebben want hij had wat reserve ophangrubbers bij zich. Dus valbeugel gedemonteerd, gescheurde ophangrubbers vervangen en alles weer terug monteren. De valbeugel zelf was niet verbogen dus je ziet er geen barst meer van. Nico’s motor had alleen een verbogen schakelpedaal; die bleek van mild staal te zijn dus makkelijk terug in model te buigen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *